BREYTEN BREYTENBACH - RUWE SCHRIJFBERICHTEN

 


we proberen zo goed mogelijk

met behoud van afwezigheid

            de weg af te leggen

 

achterlaten is niet iets voor watjes

maar is bij afwezigheid de aankomst

            en het vertrek

voor wie niet bang is aan boord

            te gaan

 

en te leven

op het moederschip dat al

de baar des doods is

 

om van de planken van het versplinterde wrak

van de gestrande ark

een gedicht te bedenken

voor de uitvaartklanken

van de scheepsvogels.

 

                        ***

 

 

met andere woorden

daar is de man die met woorden

het ondenkbare probeert te zeggen

steeds opnieuw

naar gelang het steeds

duidelijker wordt

dat er geen betekenis kan zijn

 

en dan is hier de man

die met de woorden praat

om ze aan te spreken

even paraat om te luisteren

en iets te zeggen

 

ik weet niet wat jullie uit willen leggen

behalve om steeds overnieuw

elk met een half oor

waarvan het diepere horen

al verwelkt is

het ondenkbare maagdenvlies

            te mogen verliezen

om die kelk om te toveren

in andere woorden

 

                        ***

 

geweldig geleefd en de neus in de wind

om de Eeuwigheid te wenken

 

dacht het is zomer nu wat lol bij een slok

en opeens wordt het inktdonker

 

glaasje geklonken

op de rotdag van morgen

 

                        ***

 

 

(enzo)

 

wanneer je Niks schrijft

om het Niets

waarop het Woord berust

tot volle zijn te brengen

is het goed

                        zo

om Nergens te beginnen in de cirkel

 

en te bewegen

om stilteruimte te maken

voor alTijd

wat het Al opengaandeinde

Ergens is

 

                                   ***

 

(gevolgtrekking in aanwezigheid van een gat)

 

ja-nee

Wat  Dat

 

 

            Parijs, 12 april 2021

 

 

Vertaald uit het Afrikaans door Laurens Vancrevel

___________________________________

Deze reeks verscheen oorspronkelijk op het Zuid-Afrikaanse poëzieblog 'Versindaba', op 12 april 2021.

 

GUY GIRARD & CHRISTIAN MARTINACHE

 

Guy Girard - Drie dromen van Anna Freud

en andere gedichten

bij collages van Christian Martinache 


 

                        Een droom van Anna Freud


Koning Vercingetorix springt zonder gêne uit de accubak

Als het scheepsvolk de verplaatsing viert van ivoor naar ebbenhout

Gisèle met haar mooie zwarte kousen verzint een leuk karweitje

Met gouden sleutels tussen rookpluimen van soepel kunstleer

                                               *

 

                        Tweede droom van Anna Freud


De ondergrondse Seine zet een masker op van roddelpraat

Die twee leerling-boefjes leren te verwisselen van filter naar  filter

Terwijl hun naakte stiefmoeder haar blanketsel

Uit de rijstvelden bevloeit met haar zuchten vol schaduw.

                                               *

 

                        Derde droom van Anna Freud


We gaan de woorden oververven, één voor één,

Hun accenten invetten, hun giftanden oliën

We stoffen de plaatjes af en passen op voor sterrenwolken

Het toeval  nestelt in het harig wild of in de verendrank.

                                               *

 

                        Het goede nieuws

 

Niet met een schaakbord kom ik je verrassen maar met dit vliegende tapijt

Geweven door de sluwe schelpen van de mosterdmaker van de poolzee

Wij gaan het land bezoeken waar neushoorns degens kruisen

En al die andere werelden waar de Capucinessen dansen.

                                               *

 

                        Veertje kroontjespen

 


Heerlijk is het om te slapen in de holte van een lawine

Een dwerg gaat elke vestingmuur of donzen dek

Weg wissen als om het raadsel te doorboren

Want hij weet dat vogelzang je ongeduld zal krenken.

                                               *

  

                        Niets aan de hand


Let goed op die afdruk van stikstof op het zonnemodel

Want de wind heeft het meetkundige bewijs ervan gegijzeld

De kinderen der hercynische aardplooiingen veranderen de echte

Of valse kleuren van het ongeduld volgens hun digitale diepte.

                                               *

 

                        Vast bestanddeel


Bij het eerste tromgeroffel rijst de valsheid omhoog

Vanuit de zolders van een uittreksel uit het geboorteregister

Bij het laatste tromgeroffel springt er een tijger

Als een gepocheerd ei tussen stembanden van catacomben door.

                                               *

 

                        Een gemiste afspraak


Verdomme alweer een verknalde zomer potverdorie

Het spionagevirus vliegt hier rond en krijgt vrij spel

Om tafel stoelen en piano om te gooien in een vogelnest

Terwijl een tijger zwarte tranen plengt op de planken vloer

                                               *

 

                        Op heterdaad


Voor de ploertendoder van ketterijen buigen wij ons

Bij de dame met haar fel rode glimlach en een hoed

Van zee-egels die uit pure lol piraten groet

Zo'n veile reinheid van wie koert tussen later en kater.

                                               *

  

                        Een overdadige maaltijd     


Honger is een braaf meisje en gemakkelijk is het raadseltje

Wie eet wie, want eetlust gaat naar knapperige messen

Allemaal flauwekul die menselijke maar al te menselijke spelletjes

Die liever het einde van de wereld willen dan hun vuile eetlust.

 

 

© 2020, Le Grand Tamanoir, Caen

Uit het Frans vertaald door Laurens Vancrevel

 

 


Over de collages en gedichten van Christian Martinache en Guy Girard

De hier opgenomen gedichten en collages zijn gekozen uit de bundel Les Sans-culottides, die in januari 2021 verscheen bij uitgeverij Le Grand Tamanoir te Caen.Guy Girard schreef de gedichten naar aanleiding van de collages van Christian Martinache. De experimentele teksten van Girard zijn collage-achtig, zonder logische samenhang, en roepen wisselende beelden op net als de collages van Martinache.

            Girard (*1959) is schilder, essayist en dichter. Hij woont in Saint-Ouen, aan de rand van Parijs. Hij leidt het surrealistische tijdschrift Alcheringa. Hij hield vele exposities van zijn schilderijen in en buiten Frankrijk. Vanaf 1986 heeft hij een achttal poëziebundels gepubliceerd.

            Christian Martinache (*1953) is een abstract-expressionistisch schilder en collagist. Hij woont en werkt in Caen. Zijn vroege inspiratiebronnen als schilder is het werk van Pollock en van Riopelle. In zijn collages streeft hij droom-effecten na en ook het wonderbaarlijke van de wereld; hij werd in dit opzicht aanvankelijk sterk geïnspireerd door John Heartfield en George Grosz. Hij woont en werkt in Caen en heeft veel in Parijs geëxposeerd, maar ook elders in Frankrijk. (L.V.)

 

GEORGE AULT - ACHT NOCTURNES - KLEIN PORTFOLIO

 

New York Night No. 2, 1921

 

Sullivan Street Abstraction No. 2, 1947

 

Black Night at Russell’s Corners, 1943

 

Bright Light at Russell’s Corners, 1946

 

August Night at Russell’s Corners, 1948

 

Hoboken Factory, 1932

 

Construction Night, 1923

 

New Moon, 1945

 _______________________________________

George Ault (11 oktober 1891 - 30 december 1948) werd geboren in Cleveland, Ohio, groeide op in Londen, keerde in 1911 terug naar de Verenigde Staten waar hij woonde en werkte in New York en New Jersey.

 







DESMOND MORRIS - ELF GEDICHTEN UIT 'HEADWORKS'

 

Desmond Morris, 'Biomorph', 2018

 Denkwerk

 

vertaald uit het Engels en van een toelichting voorzien

door Laurens Vancrevel

 

            Flower Power

 

Van planten tonen wij

de delen die wij

bij onszelf

het meest proberen te verbergen.

 

Onze afzichtelijke geslachtsdelen zijn privaat,

weggestopt tussen onze benen,

braaf bedekt met ondoorzichtig goed.

 

De prachtige geslachtsdelen van planten

– hun wulpse kleurige bloemen –

zijn altijd zichtbaar

en met stuifmeel overladen.

Wij castreren ze

om onze vazen mee te vullen.

 

 

            Stille goede nacht

 

Mijn voeten zijn in lakens gestopte plakkerigheid

en de muren worden steeds heller rood.

De kamer is nu lichter, dan weer donkerder, vol contrasten.

 

De muziek is voller, de hapjes knapperiger.

Mijn hoofd rolt rond in een volmaakte cirkel

als een balletje van metaal.

 

Ik strompel door de sneeuw en schater.

In mijn hotel vraag ik de liftboy om de zevenhonderdachtste verdieping.

Hij zet mij beleefd af

op de zevende en wenst me een stille goede nacht.

 

 

            Wijd open ogen

 

De slachthuizen krijgen het druk vandaag.

Denk maar eens aan al die hongerige mensen,

die wachten tot de slagers open gaan,

begerig om de organen te strelen

van de kalveren en de lammeren

            die gisteren nog wijd open ogen hadden,

mopperend over de prijs van de niertjes van anderen.

 

Het slachthuis krijgt het morgen nog drukker.

 

 

            Elke tekening

 

Elke tekening verkracht een blad

met haar eerste krabbel.

 

Elk schilderij ontmaagdt een doek

met zijn eerste penseelstreek.

 

Er moet wel iets wilds huizen

in dat eerste scheppende ogenblik.

 

Een wat kalmere geest zou er goed aan doen

om liever te gaan tuinieren.

 

 

            Het lef van de kunst

 

Het is veel moeilijker

om een onbehoorlijke tekening te maken

dan het is

om een onbehoorlijke zin neer te schrijven.

 

Een kunstenaar is naakt.

Een schrijver is gemaskerd.

 

Schilders moeten meer lef hebben

dan schrijvers.

 

 

            Het duister in mijn hoofd

 

Er klonk en plons

in de bron van mijn hoofd

op deze dag.

Een onzichtbare hand

gooide er iets in.

Was het een ongeluk?

Was het een armband van een pols,

of een kiezel uit een vuist?

Of was het een klein lijkje

waarvan het afval

het water van mijn denken vertroebelt?

Maar hoe kom ik dat te weten?

Het is zo duister in mijn hoofd.

 

 

            Verbanddoos

 

Dankzij het groene vliesje

dat ontstaat bovenop

de regenton van het leven

gaan wij nu voort

zoals iemand op een trektocht

die een zo enorme

verbanddoos meedraagt

in zijn rugzak

dat  het gewicht ervan

maakt dat zijn voeten blaren krijgen

waarvoor hij pleisters

nodig heeft.

 

 

            Verloren kunst

 

Afgevallen bladeren en plukken haar

vinden hun einde in een stille

omhelzing met groeiende angst

en lieve gezichten die kijken

naar de ijsbloemen op de ruit.

 

Na de doorwaakte nacht

voordat de innerlijke wortels

hun  trotse knopjes beginnen

omhoog te steken, zijn wij doof

voor het vrolijke lied van de olifant.

 

Rook slaat neer

in vriendelijke golvingen

onder de rand van de grote kom

die onze tranen opving

voordat wij de kunst hadden verloren

om de kwaaie clown uit te hangen.

 

 

            Het open boek

 

De slimme apen van het compromis

die lachen om het vuur van de vorige dag

met eindeloos geschreeuw in de zijlijn

klimmen in onze open boeken

en blijven met ons bakkeleien

als stof tot nadenken in

de zachte bedden

van de knusse nacht.

 

 

            Dode gezichten

 

Dode gezichten gaan uiteindelijk altijd glimlachen

als hun lippen zich terugtrekken van de stilgevallen

tonen van hatelijke loftuitingen, uitgestort

over hun hoofd, terwijl heethoofden

reikhalzend de holen

van de wapenhandelaars binnengaan

gekleed in hun dure zwarte pakken.

 

Eén geweer is géén geweer in deze tijd, zo zeggen

de graffiti gespoten door oogloze tweelingen.

 

 

            Glimwormen

 

Binnen in mijn hoofd is het zo donker

dat ik op een helling ga zoeken

naar verliefde glimwormen,

die steek ik voorzichtig in mijn oren

totdat ik hun licht kan horen.

 

Met hun hulp wil ik mijn diepste

gedachten gaan onderzoeken,

die in bundeltjes dromen zijn verstopt,

voordat ze worden versnipperd

door mijn neerslachtige logica.

 

                                  

____________________________________

            Toelichting

 

In 1967 werd Desmond Morris plotseling wereldberoemd na de publicatie van zijn populair-wetenschappelijk essay The Naked Ape, een boek dat hij 'voor de grap' had geschreven naast zijn werk als cineast en directeur van de zoölogische afdeling van The Zoological Society in Londen. Morris, in 1928 geboren in het Zuiden van Engeland, was toen een internationaal gerenommeerd zoöloog, die vele jaren als onderzoeker werkte aan de universiteit van Birmingham, waar hij in 1956 promoveerde op een dissertatie over dierlijk gedrag; hij schreef een vijftigtal belangrijke wetenschappelijke artikelen. Tussen 1956 en 1967 maakte hij ook  vele succesvolle televisiedocumentaires over dierlijk gedrag, als voorloper van David Attenborough. Maar Morris' werkelijke passie was niet de wetenschap, maar poëzie en schilderkunst. Vanaf zijn zestiende jaar had hij een klein atelier waar hij zijn droombeelden schilderde. De poëzie van Dylan Thomas, Kenneth Patchen en e.e. cummings inspireerde hem om zelf poëzie te schrijven. Als student in Birmingham ontmoette hij de schilder Conroy Maddox en zijn vrienden die samen de surrealistische groep van Birmingham vormden. Morris beeldt in zijn werk organische vormen uit, die hij 'biomorphs' noemt. Hij exposeerde zijn schilderijen met hde surrealisten van Birmingham, en werd in 1950 door Edouard Mesens, de Belgische dichter die in Londen de legendarische kunstzaal London Gallery leidde, uitgenodigd om  samen met Joan Miró zijn werk daar te exposeren. Miró was meteen bijzonder geïnteresseerd in Morris' 'biomorphs', en er ontstond een blijvende vriendschap tussen hen beiden. Na het grote succes van zijn boek The Naked Ape besloot Morris zich uitsluitend aan zijn schilderwerk te wijden zolang de royalties dat toelieten; hij vestigde zich met zijn gezin op Malta, waar hij vijf jaar werkte aan zijn œuvre. Hij leefde vervolgens als beeldend kunstenaar, en kreeg vele tentoonstellingen  in Engeland en daarbuiten (ook in Amsterdam, bij galerie D'Eend). Sinds 1944 had hij naast alle andere werkzaamheden veel poëzie geschreven, maar hij kwam er niet toe die te publiceren; bovendien keurde hij er veel van af. Pas in 2014 wist zijn vriend Neil Coombs hem te overreden om zijn poëzie uit te geven. De tachtig door Morris bewaarde teksten uit meer dan zestig jaar schrijven werden toen voor het eerst gepubliceerd in de bundel Headworks, die verscheen in een zeer beperkte oplage. De Franse literair historicus Michel Remy, die een handboek schreef over het Engelse surrealisme, vertaalde de volledige bundel, en vond in Frankrijk de kleine uitgeverij Le Grand Tamanoir in Caen (www.legrandtamanoir.net ) bereid om de bijzonder originele poëzie van Desmond Morris in een tweetalige editie te publiceren. De bundel verscheen in 2020 onder de titel À tue-tête, met een voorwoord van de Engelse kunsthistoricus Silvano Levy.

                                                                                                      

                Laurens Vancrevel

 © 2020 Éditions Le Grand Tamanoir, Caen, France

© 2020 Desmond Morris