VOORGANG
Een ‘Gaat u maar eerst’ en een
hoffelijk handgebaar
van twee gedistingeerd gekleden
op het trottoir
met een verrijdbare baar, een nog lege, gespiegeld
in het zwart van hun wagen, die dicht is en geblindeerd.
Dan, na een aarzeling, met een
hoofdknik een ik die
het diepdonker van de open woningingang
passeert.
***
VOORUITVAART
Liever bleef ik voor
mijn oversteken
van de Middenweg even
staan wachten,
hoe de bestuurder ook
uitnodigend gebaarde
dat ik kon gaan, zijn
lijkwagen had ontvlagd,
liever bleef ik even
wijlen in gedachten over
hoe, als hij zwart bevaand
de andere kant uit
zou zijn gevaren, ik
er pal voor gesprongen was
en hem gedwongen had
te tonen dat het mijn
overschot niet was
dat over werd gebracht –
maar wat als de
limousine de straat in rijdt
waar ik thuis lijk doch
zonder nog met tijd
als voor het openschuiven
der overgordijnen
***
GEWOON
Nooit zwemmen geleerd, doch niet
verdronken,
geen crash met wagen of vliegmasjien,
geschopt,
geschoten noch gestoken, geen
val in een ravijn,
niet ten prooi aan vlammen of
een roedel wolven,
evenmin onder instortende gewelfbouw bedolven,
maar gewoon aan zichzelf
gestorven of door
zichzelf of van of in of uit
***
Hij is heengegaan.
Zonder zijn bestaan. Dat is
jou maar bijgebleven.
***
BETREURHAIKU
'Mooi dat hemd.' 'Jammer
dat het mee moet in de gloed.'
'Ook zijn haar zit goed.'
____________________
Christian Hendrikx vertaalde werk van onder anderen Francis Ponge en Alain Robbe-Grillet - zie ook het Momentmagazijn.
