KOENRAAD GOUDESEUNE - TWEE GEDICHTEN

 



IN MEDIA VITAE

 

Hier vaart iedere dag een boot voorbij met op het dek

een uitgelaten menigte van jonge mensen. Het is zomer,

van ver reeds hoor je dansmuziek, gelach. Het zwelt aan

en nog voor ik de boot kan zien, open ik het venster.

 

Steeds andere jongelui, maar wat zij doen verandert niet.

Ze wuiven, joelen en heel even sta ik in het middelpunt

als ik hen mijn biertje toon, als ik met hen toost — op wat?

Wat verder maakt de boot een U-bocht en keert terug.

 

En ik sta daar nog. Wat zich eerder voordeed, gebeurt opnieuw.

Zij die aan stuurboord stonden, staan daar nog en zien mij niet.

Zij die aan bakboord staan, zien me voor het eerst. Ook ik


ben blijven staan waar 'k stond, drie hoog, aan 't open raam.

De boot vaart traag voorbij, de muziek, het gejoel neemt af.

Totdat ik hem niet meer zie, alleen nog hoor, verrassend lang.

 

***

 

AVOND

 

Soms bevangt mij in een bos het idee dat jij het bent

die mij omringt met struikgewas en hoge bomen.

Dat jij het bent daarboven die haar licht op mij

laat schijnen. Je bent het geritsel in het bladerdek.

 

Ja, zelfs de weg naar het bos ben jij. En als ik nog

vertrekken moet, ben jij het die me vertrekken doet.

De open velden waarlangs ik ga, de koeien in de weide.

Niets vermag te klein, te groot te zijn — jij bent het.

 

Kortom, ook al loop ik daar volstrekt verloren

en heb ik geen idee van de toekomst die mij wacht,

jij bent het, zelfs de late avondzon ben jij als meisje.

 

Waarom? Ik weet het niet. Ook de weg terug lijkt

alleen maar naar jou te leiden. Ik kan alleen maar gaan

naar waar jij bent, je bent de lange schaduw die ik werp.



 

____________________

Van dichter en prozaïst Koenraad Goudeseune (Ieper 23.2.1965) verscheen recentelijk de roman De nuttige last van tragiek.