NACHOEM M. WIJNBERG - EENTJE IS AL GENOEG




Omdat het de verjaardag van Hiroshima is

(toevallig ook die van je moeder,

dat maakt het makkelijk te onthouden)

hoop je dat de supermarkt een aanbieding heeft

van dat waarmee je een stad van een landkaart af kunt halen

(alsof die er nooit geweest was, een vergissing zoals Europa,

een reiziger had verteld dat hij het in de verte gezien had

en een kaartenmaker had het in een wereldkaart ingetekend

om er makkelijker over na te denken,

en latere kaartenmakers hadden het overgenomen),

want dan kun je zelf ook eens beslissen

wanneer het meer of minder toelaatbaar is

daar gebruik van te maken (als het nooit zou mogen

denk je dat je net zo goed kon ophouden

je oorlogen te herinneren).



Je zegt, je hebt een naaktmodel nodig,

omdat je geschiedenis wilt schrijven,

en liefst meer dan één, voor als er meer dan één

in die geschiedenis is, of meer dan één rivier,

en je herinnert je een voorstel van jou

hoe een stad ver buiten de muren te verdedigen:

de burgers laten oefenen als soldaten,

(op een dag dat ze vrij hebben, want je wil niet

dat iemand meedoet die geen ander werk heeft)

en ze blijven staan als je schreeuwt dat de eerste aanval komt,

maar rennen weg bij de tweede, nu moeten zij dit afleren,

en aan het einde van de dag kom je terug in je huis

en trekt schone kleren aan om oude boeken te lezen,

op een warme avond, als het donker wordt

en de jongens en meisjes over de brede muren lopen.


_______________
Nachoem M. Wijnberg (1961) is dichter en romanschrijver. Zijn laatstverschenen roman is Alle collega’s dood (Van Gennep, 2015), zijn laatstverschenen bundel Nog een grap (Atlas Contact, 2013).
Later deze herfst verschijnt de omvangrijke bundel Van groot belang (Atlas Contact, 2015), waarvan bovenstaand gedicht waarschijnlijk deel uitmaakt.
Hij ontving voor zijn poëzie o.a. de Paul Snoekprijs en de VSB prijs. Hij is ook als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam.